klinch @ Melkweg blog

Louis Brodinski is net een paar weken geleden toch maar naar Parijs verhuisd. Dat is een stuk gemakkelijker met al zijn internationale gereis, en zo ver weg is zijn thuisstad Reims ook weer niet. Gelukkig maar, want Brodinski komt er nog regelmatig. Niet in de laatste plaats omdat zijn goede vriend Pierre-Alexandre Busson er nog steeds woont, en er zijn studio heeft. Busson, alias Yuksek, is Brodinski’s vaste muzikale partner.

Een kleine drie jaar geleden kwam Brodinski’s eerste plaat uit, ‘Bad Runner’. Hij was toen nog niet echt een dj, geeft hij toe. Zijn muzikale smaak is de afgelopen jaren ook flink ontwikkeld. ‘Ik zit nu meer in de techno, en minder in die lawaaiige sound. Ik ben iets ouder en ik geloof niet dat mensen altijd naar hetzelfde hoeven te luisteren. Het is heel cool om te vernieuwen. Over drie jaar ben ik denk ik weer met andere dingen bezig.’
Voor een fan van electronische muziek die in de jaren nul opgroeit in Frankrijk zijn Daft Punk en Ed Banger Records een nagenoeg onvermijdelijke aanwezigheid, maar de jonge Louis luisterde meer naar Kompakt-artiesten als Michael Mayer en Superpitcher. Reims, dichter bij de Belgische grens dan Parijs, is een coole stad maar ook heel klein, vertelt Brodinski. ‘Het is niet echt een stad voor jonge mensen. Ik had een hoop vrienden en we luisterenden veel naar muziek samen, maar niet in clubs, want die had je er niet echt.’

Lees verder

Larry Tee is, ‘een beetje gaar’, net terug van een Amerikaanse dj-tourtje dat hem naar zowel de west- als de oostkust heeft gebracht. Het was, natuurlijk, ‘a blast’, maar niettemin heeft hij sinds een half jaar de VS ingeruild voor Groot-Brittannië – of liever gezegd New York voor Londen. Een tripje naar Rauw, komend weekend, is dus makkelijker dan ooit gemaakt.

Je moet je niet verbazen als Larry Tee op zijn tachtigste – dat is over dertig jaar pas – nog steeds funky, noisy en wilde plaatjes staat te draaien voor clubbers die tegen die tijd zijn achterkleinkinderen hadden kunnen zijn. Je moet je evenmin verbazen als hij in 2040 nog steeds een leuke knaap mee naar huis weet te nemen. Het afgelopen kwarteeuw heeft de Amerikaan niet anders gedaan en aan zijn enthousiasme af te meten is hij niet anders van plan.

Nadat hij in de jaren tachtig begon als new-wave-dj in Atlanta, verhuisde Larry Thom in het housetijdperk naar New York, waar hij uiteindelijk één van de populairste dj’s van de stad werd. Hij schreef mee aan RuPauls wereldhit ‘Supermodel (You Better Work)’ en raakte verwikkeld met de notoire Club Kids, een extravagant groepje razendsuccesvolle party-starters dat na een paar jaar ontaardt in drugsexcessen en zelfs moord, als aanvoerder Michael Alig in 1996 één van zijn vriendjes met een hamer de hersens in slaat. Het hele onfrisse verhaal wordt vertelt in de speelfilm Party Monster (2003), met Macaulay Culkin in de hoofdrol. Larry komt niet in de film voor, gelukkig maar, vindt hij zelf, maar de Disco 2000-clubavond die hij met Alig was begonnen figureert er wel in. Eenmaal drugsvrij vind Larry Tee zichzelf in de nieuwe eeuw opnieuw uit als grote roerganger van de electroclash-scene, die een enorme invloed uitoefent op de dancemuziek van de jaren nul. Lees verder


Foto by Michael Danker

De ene artiest komt uit de grote stad, de ander uit een dorp. Een derde identificeert zichzelf misschien meer met enige scene, ongeacht locatie. DJ/producer Rubix, komende vrijdag op Rauw in de Melkweg, ziet het zo: ‘Ik kom uit het Laidback Luke-forum.’

‘Hij is heel goed met zijn forum,’ zegt Rubix over zijn jeugdheld. ‘Hij gaf altijd feedback op tracks en mixes en hij was heel actief met zijn leden. Daar heb ik heel veel aan gehad. Het topic over productietips en –tricks heb ik helemaal doorgelezen. Daar werd ik een stuk wijzer van, zo kreeg ik een beginnetje. Luke werkte met FruityLoops, dus werk ik ook met FruityLoops.’ Wat de inmiddels 23-jarige producer  zo aantrok in Laidback Luke’s muziek? ‘Het was heel origineel. Ik vond zijn draaistijl echt geweldig. Dat mixen en scratchen, met cd’s… ontzettend interessant. Er zat een onwijze dynamiek in zijn sets: altijd drie tracks tegelijk en weet ik veel wat hij allemaal deed.’
Een jaar of zes na zijn entree op het webforum, maakte Rubix eind vorig jaar plotseling naam met een track die hij nota bene anderhalf jaar eerder al eens had uitgebracht, Baiser sur le Disco. Voorzien van een nieuw clipje kon het nummer ineens aanhaken bij het succes van Anyway, de discohousehit van Duck Sauce, alias A-Trak en Armand van Helden. Rubix’ meest recente succesnummer is een remix van Bart B More’s Romane.

Laidback Luke is de afgelopen jaren een muzikale richting in geslagen die Rubix niet is gevolgd. ‘Toch blijft hij een voorbeeld voor mij. Zeker weten. Hoe dan ook. Hij maakt nu trance en dat staat heel ver van mij af, maar ik heb zo veel aan die gast te danken dat hij een heel grote inspiratie blijft. Wat hij ook doet. Justice was ook een groot voorbeeld, maar wat zij doen is bijna onmenselijk. Meestal denk je: ik hoor dit en dit, en dat zou zo en zo gedaan kunnen zijn. Maar als ik naar Justice luister, heb ik vaak moeite om dat te achterhalen. Het is af en toe echt een raadsel hoe ze die sounds gemaakt hebben. Alleen: die hele Justice- en Ed Banger-sound is over! Er is nu iets anders aan de hand.’ Lees verder

‘Ik heb altijd een bloedhekel gehad aan die hokjesgeest: dance, alternatief…’ aldus dj Von Rosenthal de la Vegaz, die vrijdag 14 mei aantreedt op het – oeps – alternatieve dancefeest Rauw in de Melkweg. ‘Ik was heel blij toen het dj-wezen eclectisch werd, maar ik durf een stap verder te gaan.’

Een lentezonnetje schijnt over het Leidseplein. Als je het uitzicht op de Burger King en The Bulldog even weg denkt, lijkt Peter Rosendaal – stijlvol Italiaans pak, Ray-Bans – zo bij een Romeinse fontijn weggelopen. De Amsterdammer is een meer dan eigenzinnige aanvulling op de Rauw-line-up, waar de Duitse electroheld Boys Noize de grote headliner is. Von Rosenthal de la Vegaz, Rosendaals dj-pseudoniem, draait namelijk ‘puur klassieke muziek’. Zonder beats dus, maar wel met gebruik van geluidseffecten en filmdialogen. Dat doet hij sinds een jaar, o.a. op het Rotterdamse Motel Mozaïque-festival en in het voorprogramma van de Belgische groep Viva La Fête.

Denk echter niet dat Von Rosenthal net komt kijken. Hij is, zou je kunnen zeggen, zélf een klassieker in het uitgaansleven. Of, zoals hij het in zijn eigen woorden kenmerkt: ‘Ik ken Joost van Bellen nog van voor hij zelfs aan dj’en dácht.’
Von Rosenthal is in de jaren tachtig opgeleid in de elektronische muziek en sonologie aan het conservatorium in Den Haag, waar de eerste midi-studio’s van Europa zich bevonden. Hij werkt er met de eerste samplers: ‘Wat nu allemaal in een laptop zit, was toen een hele kamer.’ Hoewel hij niet afstudeert, componeert hij wel muziek voor ballet- en toneelvoorstellingen. Het verdient te weinig en, geeft hij toe, ‘misschien was ik ook niet goed genoeg als componist’.

Ondertussen voltrekt zich de acid-explosie en Von Rosenthal maakt de houseperiode vanaf het begin mee. ‘Het was een fantastische tijd maar het is niet meer dan boemboemboem en daar heb ik het inmiddels helemaal mee gehad. Ik denk dat je ook iets kan als dj door de beats totaal te negeren. Je hebt niet per se een beat nodig.’ Lees verder

Komend weekend is Rory Phillips voor het eerst in lange tijd weer in Nederland, opnieuw op Rauw. In de tussengelegen dik twee-en-een-half jaar verhuisde Joost van Bellens clubavond van 11 naar de Melkweg, doekte Phillips zijn eigen Londense Durrr-avond op, en remixte hij zich een slag in de rondte, van The xx tot Yacht, en van New Young Pony Club tot The Golden Filter. De Engelse dj voelt zich heel goed thuis in de indiepop, en weet er net de juiste disco-touch aan te geven om de dansvloer in beweging te krijgen. Eind jaren negentig, tijdens zijn universitaire studie in Wales, begon hij met dj’en. ‘Ik vond alle andere clubavonden maar niks daar. Dus besloot ik er zelf een te beginnen. Ik draaide van alles; rock, disco, elektronische dancemuziek. Ongeveer tien jaar geleden ben ik naar Londen vertrokken en daar ontmoette ik mister Erol Alkan.’

Ah, meneer Erol Alkan. Keurmeester van de alternatieve dansvloer, trendsetter en diskjockey extra-ordinaire. Met zijn Londense clubavond Trash (1997-2007) heeft hij als geen ander nieuwe muziek gepusht, rock ’n roll in de dance-scene geïnjecteerd (en andersom) en, opvallend genoeg, de maandag op de kaart gezet als uitgaansavond. Iets waar we in Amsterdam nog altijd niet aan toe zijn. We mogen stellen dat Erol Alkan jou je grote kans gegeven heeft? ‘Absoluut. Ik heb acht jaar op Trash gedraaid, tot het einde, en daarna nog twee jaar in The End met Durrr.’

Hoe krijg je het voor elkaar om een succesvolle clubavond te runnen op een maandagavond? ‘Je moet van de club de ster maken. We hadden altijd wel gast-dj’s op Trash en Durrr, maar het waren lang niet altijd grote namen. Gewoon mensen die we zelf leuk vonden. Als de club zelf de belangrijkste attractie is, komen de bezoekers wel. Wat ook hielp is dat de mensen die kwamen er ook echt wilden zijn; er is op een maandag weinig toevallig passerend uitgaanspubliek. Het is moeilijk te omschrijven wat het nou was waarom het zo’n succes was. De sterren stonden goed.’

Lees verder