
Zelfs het vuurwerk dat Steve Lawler gewoonlijk meeneemt in z’n dj-koffers viel in het niets bij de IJslandse vulkaanuitbarsting dit jaar. Zoals zoveel artiesten moest de Britse dj noodgedwongen verstek laten gaan. “Drie optredens moest ik uiteindelijk cancellen”, herinnert de Britse dj zich. “Vervelend, maar als Moeder Natuur haar tanden laat zien dan heb je te luisteren.”
Lawler zit op Ibiza als we hem bellen. Geen toeval trouwens. Zomers vind je hem vaker op het Spaanse feesteiland dan in z’n huidige woonplaats Barcelona. Het leverde Lawler de bijnaam King of Space op, naar de beroemde club waar hij zo vaak te gast is.
Lawler begon klein. Als puber (te jong om in clubs toegelaten te worden) organiseerde hij begin jaren negentig een aantal raves in een tunnel onder de snelweg M42. Dankzij het succes van die feesten kwam hij op de radar van clubs, die hem begonnen te boeken voor dj-gigs. Toen ging het snel. In ’95 werd hij resident van de chill-club Café Mambo en niet veel later stond hij vast in Cream. De liefde tussen Lawler en Ibiza ging nooit meer over. Lees verder

Ook Danny Howells wordt een dagje ouder. Dus begon de beroemde Britse dj vorig jaar z’n eigen label Dig Deeper. Op zoek naar meer verdieping en onafhankelijkheid. “Ik jaag niet meer zo achter de handjes-in-de-lucht-momenten aan als vroeger.”
Ooit was hij de beroemdste opwarm-dj ter wereld. Als vaste side kick van John Digweed stond Danny Howells negen jaar naast ‘mister Bedrock’. Maar tegenwoordig rooit Daniel Frederick Howells het prima in z’n eentje, zeker na z’n bejubelde serie mix-cd’s voor Global Underground en Rennaisance. Madonna, Robbie Williams en Felix Da Housecat wisten hem daarna te vinden voor remixes. Dan doe je het niet slecht.
Soms zit Howells meer in het vliegtuig dan in zijn Londense buitenhuis. Zeker in de States zien ze hem graag. Als we de Brit bellen vertoeft hij in Los Angeles, twee dagen later vind je hem in Las Vegas, vorige week draaide hij nog in Montreal. “Ik snap wel waarom sommige journalisten denken dat ik in de Verenigde Staten woon”, lacht een opgeruimde Howells door de telefoon. “De waarheid is echter dat ik vrijwel mijn hele leven in Hastings ben blijven wonen, waar ik opgroeide. Pas vier jaar terug verhuisde ik naar Londen.” Ook in Amsterdam komt hij graag. Ooit had hij een residency in Nighttown, vorig jaar stond Howells een paar keer in Panama en hij had zelfs een tijd een Nederlandse vriendin.
Maar wat gaat Howells in de Melkweg doen? Toch niet een techhouse-set waarmee hij zomers roodverbrande Britten op Ibiza in beweging houdt? “Nee ik kom met iets compleet anders”, belooft Howells, die ook wel snapt dat hij op klinch met iets bijzonders op de proppen moet komen.
Dig Deeper is niet alleen de titel van z’n nieuwe label, het is ook de vlag waaronder hij zijn marathonsets tegenwoordig verkoopt. Op Dig Deeper draait Howells zo breed mogelijk. Van de breekbare muzikale techno van Sven Weisemann via de weerbarstige electropop van Apparat naar de diepe house van Lawrence. “Alles kan”, vat hij het bondig samen.
Howells leerde het opbouwen tijdens z’n vormende jaren op Bedrock. “Diezelfde principes pas ik toe op Dig Deeper. Het neerzetten van de eerste schetsen van hoe de avond gaat lopen is ontzettend belangrijk. Je zet de toon. Soms zie ik mensen verbaasd kijken over de eerste drie kwartier, maar ik weet: het komt vanzelf goed. Later valt het kwartje heus wel.” Lees verder

Foto: Michel Mees
Woedend gooit Deadbeat de midicontroler kapot op de vloer. Zijn ogen spugen vuur. Het weigerachtige apparaat heeft zojuist een einde gemaakt aan een veelbelovend optreden in het Haagse Paard van Troje. De Canadees neemt z’n artiestennaam vanavond wel erg letterlijk.
Eerder op de avond was Deadbeat, die voor de douane Scott Monteith heet, nog de rust zelve. Iemand die zich niet snel gek laat maken. Iemand die je aankijkt als je hem interviewt, terwijl rond zijn mond continue het begin van een glimlach speelt. Duidelijk een man die de rust gevonden heeft, zou je denken.
Die rust vond hij is Berlijn, waar Monteith dik drie jaar terug vanuit Montreal naartoe verhuisde. “In Canada leef je als elektronisch muzikant toch een beetje geïsoleerd”, kijkt hij terug. “Afgezien van het jaarlijkse Mutek-festival (het Sonar van Canada, rp) heb je geen echte technoscene in die stad. Ik vloog minstens twee keer per maand op en neer naar Europa. Dat werd op den duur nogal vermoeiend. Ik zat door al dat reizen in een vreemde psychologische trip. Een soort overgangsrealiteit.
Toen ik vier jaar terug voor de eerste keer in Berlijn kwam, voelde ik de energie direct. Bovendien was er niets dat me in Canada hield. Ik was net gescheiden van mijn vrouw en besloot te blijven.” Lees verder

Hij zal eind mei vast een slechte dag gehad hebben, Michael Reinboth. De platenbaas is immers fanatiek fan van Bayern München, het team dat de Champions League-finale van een stel lepe Italianen verloor. Maar voor de rest heeft hij weinig reden om in zak en as te zitten. Zijn platenlabel Compost viert dit jaar zijn 15e verjaardag. Dat doen weinig dance-labels hem na.
Met meer dan 350 releases laat de back catalogus van Compost Records zich lezen als het telefoonboek van een flinke gemeente. Maar dan wel eentje met een bonte smeltkroes aan inwoners. Van de Japanse jazz van Kyoto Jazz Massive tot de zoemende elektronica van de Zuid-Afrikaanse Felix Laband en de Kroatische pop van Eddie meets Yannah. Muziek op het kruispunt van techno, jazz en brazil wordt tegenwoordig overal gemaakt, zo blijkt. “Vroeger lag onze focus op Duitsland, Japan en Brazillie maar inmiddels krijgen we muziek vanuit de hele wereld en brengen die ook uit”, aldus Michael Reinboth, opperhoofd van Compost. De vijftiger zit al zijn halve leven in de muziek. Aanvankelijk als dj, popjournalist en party-organisator. Sinds ’84 ook als platenbaas.
Clubavond
De kiem voor Compost werd gezaaid in zijn woonplaats München, waar hij begin jaren tachtig de clubavond Into Something begon. “Er waren genoeg producers in de stad die het soort muziek konden maken die ik in de club draaide zoals dansbare jazz, soul en rare groove. Veel artiesten die nog altijd bij Compost zitten zoals Beanfield, Fauna Flash en Trüby Trio kwamen destijds naar mijn wekelijkse clubavond. Toen ik het label begon had ik al zes releases klaarstaan.” Lees verder

Efdemin. Zijn naam wordt vaak in één adem genoemd met Pantha du Prince, Carsten Jost en Lawrence. Vernieuwers in de grensstreek van techno & house en bovendien niet vies van artistieke zijstapjes als kunstinstallaties en soundtracks. “Ook kunstenaars willen dansen.”
Chicago is niet alleen de bakermat van de house, het is ook de titel van Efdemins kersverse album. Nauwelijks toeval natuurlijk. Maar wie een plaat vol jakkende retro house verwacht, is bij de beminnelijke Duitser toch echt aan het verkeerde adres. Philipp Sollmann is er de persoon niet naar om het verleden nog eens over te doen.
Daarom is Chicago ook een ander kopje thee dan zijn naamloze debuutalbum uit 2006. Domineerde op die plaat de melodie en de dansvloer, op de opvolger moet je de handen-in-de-lucht-nummers met een zaklamp zoeken. Het is weliswaar een house-album, maar wel eentje die z’n geheimen niet zo gemakkelijk prijsgeeft.
“Mijn eerste plaat was eigenlijk een verzameling singles, aangevuld met nieuw werk”, snottert een snipverkouden Sollmann in zijn woonplaats Berlijn. “Voor Chicago ben ik echt gaan zitten, van september tot januari. Het was een hele fijne periode. Ik had mijn agenda leeg gelaten zodat ik alleen bezig hoefde te zijn met mijn muziek Het was winter, de straten in Berlijn lagen bedekt met een laag sneeuw en ik was in de warme studio maar met één ding bezig: muziek maken.”
Efdemin hervond de rust die hij de afgelopen drie jaar was kwijtgeraakt. Sinds het verschijnen van zijn bejubelde debuutalbum was de Duitser nog weinig weekeinden thuis. Altijd maar draaien, altijd onderweg. Leuk hoor, maar op den den duur ook wat vermoeiend en eenzijdig. “Als je alleen maar de wereld rondreist met je platenkoffers gaat het voelen als een baan. Daarom heb ik besloten om voortaan hooguit nog twee weekenden per maand dj-boekingen aan te nemen. De rest van de tijd wil ik besteden aan het maken van muziek en kunst. Ik merk dat ik erg blij word van het werken in de studio.” Lees verder
Door: René Passet | NO COMMENTS