
Foto: Michel Mees
Woedend gooit Deadbeat de midicontroler kapot op de vloer. Zijn ogen spugen vuur. Het weigerachtige apparaat heeft zojuist een einde gemaakt aan een veelbelovend optreden in het Haagse Paard van Troje. De Canadees neemt z’n artiestennaam vanavond wel erg letterlijk.
Eerder op de avond was Deadbeat, die voor de douane Scott Monteith heet, nog de rust zelve. Iemand die zich niet snel gek laat maken. Iemand die je aankijkt als je hem interviewt, terwijl rond zijn mond continue het begin van een glimlach speelt. Duidelijk een man die de rust gevonden heeft, zou je denken.
Die rust vond hij is Berlijn, waar Monteith dik drie jaar terug vanuit Montreal naartoe verhuisde. “In Canada leef je als elektronisch muzikant toch een beetje geïsoleerd”, kijkt hij terug. “Afgezien van het jaarlijkse Mutek-festival (het Sonar van Canada, rp) heb je geen echte technoscene in die stad. Ik vloog minstens twee keer per maand op en neer naar Europa. Dat werd op den duur nogal vermoeiend. Ik zat door al dat reizen in een vreemde psychologische trip. Een soort overgangsrealiteit.
Toen ik vier jaar terug voor de eerste keer in Berlijn kwam, voelde ik de energie direct. Bovendien was er niets dat me in Canada hield. Ik was net gescheiden van mijn vrouw en besloot te blijven.”
Monteith heeft geen moment spijt van de verhuizing gehad en voelt zich thuis in Berlijn, al spreekt hij na ruim drie jaar maar een paar woorden Duits. “Ik zou er meer tijd voor moeten vrijmaken. Maar in Berlijn woon je een beetje in de technobubbbel. Het gewone leven trekt vanaf een afstand aan je voorbij.”
Klap van de echomachine
Deadbeat maakt deel uit van een nieuwe golf dubtechno-producers, waaronder je ook het Amerikaanse duo Echospace, de Deen Mikkel Metal en de de Duitser Quantec kunt rekenen. Allemaal artiesten die een klap van de echomachine kregen nadat ze de eerste dubby techno-experimenten van Vladislav Delay, Maurizio en Monolake in de jaren negentig hoorden. Basic Channel is hun digitale bijbel, Jamaica het beloofde land.
Op de door Deadbeat samengestelde mix-cd Radio Rothko kun je horen hoe dat klinkt. “Mijn verzamelaar kwam precies op het juiste moment uit”, glundert de Canadees. “Ik was er zes jaar geleden al mee bezig maar het duurde even voordat ik alles rond had.”
Monteith vind het onbegrijpelijk dat in de tussentijd niemand op het idee kwam om de beste dubtechno van de laatste jaren eens te bundelen. Er is zoveel goeds in het genre verschenen. “Ik hoorde genoeg mix-cd’s waarin dubby techno zat, maar dan ging het altijd maar om een paar minuten.” Met Radio Rothko wilde de Canadese Duitser aantonen hoeveel invloed Mark Ernestus en Moritz von Oswald hebben gehad op de generatie van muzikanten die na het beroemde tweetal kwam. Het resultaat mag er zijn. Radio Rothko is de ultieme verzamelaar voor digitale rasta’s en dubheads.
Violen
Zelf maakte Deadbeat sinds de eeuwwisseling al zo’n zeven albums, waarvan Roots and Wire uit 2008 de laatste is. Later dit jaar verschijnt de opvolger, op Mathew Jonsons label Wagon Repair. Nog zo’n Canadees die tegenwoordig een Berlijnse postcode heeft.
Zat Deadbeat aanvankelijk vooral in de dubby en arty hoek, op latere albums experimenteert hij ook met zang, rappers en violen. De laatste jaren is zijn muziek bovendien veel dansbaarder geworden. “Dat komt echt door de vele optredens”, erkent hij. “Ik speel liever in clubs dan in theaters of galeries, waar mijn eerste materiaal meer geschikt voor was.”
Ook is Deadbeat van het dogma af dat hij nooit en te nimmer analoge apparatuur zal gebruiken voor z’n muziek. “I used to be completely inside the box”, lacht hij enigszins beschaamd. “Maar de laatste tijd werk ik af en toe met analoge synthesizers. Ik heb zelfs een oude mixer gekocht. Afmixen kun je in dit genre gewoon beter analoog doen, geef ik toe. Ik miste bovendien het ouderwetse handwerk en de menselijke interactie met machines.”
Volgens Monteich (zelf jarenlang werkzaam bij het synthesizerbedrijf Applied Acoustics Systems) vervaagt de grens tussen dj’s en producers meer en meer, dankzij de integratie van softwarepakketten als Serato en Ableton. “Mijn live set is een hybride vorm tussen een dj-set en live. Ik heb acht sporen tot mijn beschikking en daarmee veel vrijheid. In de toekomst denk ik dat die ontwikkeling zich doorzet en dat het mogelijk wordt om onderdelen van nummers te kopen via winkels als Beatport of Bleep. Een soort multitrack pakketjes. Waarmee je zelf nummers kunt samenstellen. Daardoor krijg je als dj in de toekomst nog veel meer controle over wat en hoe je draait.” Nou maar hopen dat die vermaledijde midicontroler in Amsterdam geen kuren zal vertonen.