Flats! Even is het stil aan de andere kant van de telefoonlijn. “Ik heb zojuist een rauw ei over mijn schone broek gegooid”, gromt Carl Craig vanuit zijn keuken in Detroit. Het valt ook niet mee om een druk gezinsleven te combineren met succesvol muzikantenbestaan. Zojuist heeft hij de kinderen naar school gebracht en de ochtendrituelen afgerond. En nu al wil een Nederlandse journalist graag een babbeltje over techno in het algemeen en het 20e verjaardagsfeest van zijn platenlabel Planet E tijdens het Amsterdam Dance Event. “Ons tienjarig bestaan hebben we niet gevierd dus het wordt onderhand wel tijd voor een feestje.”
Vorig jaar was het ook al bal in de Melkweg tijdens het ADE. Toen stonden alle grote mannen uit de Detroit-technowereld op de Lijnbaansgracht. Met D25 vierden dj’s als Derrick May, Stacey Pullen en Kyle Hall de geboorte van techno, 25 jaar geleden. In de stad die ook Motown en Ford voortbracht. Eigenlijk is Carl Craig dus al meer dan een jaar jubilea aan het vieren. ” D25 was belangrijk”, lacht hij. “Alleen al om de respectfactor.” Craig hecht er veel waarde aan dat een nieuwe generatie uitgaanspubliek weet wat de roots van techno zijn. Niet voor niets is een van de motto’s van zijn platenlabel Planet E “revisit the past to represent the future”.
Terwijl Carl Craig als artiest toch vooral naar de toekomst kijkt. Het is iemand die zichzelf sinds zijn eerste singles op Retroactive telkens opnieuw uitvond. Naast techno bracht hij ook jazzplaten uit, gaf het begrip remix een nieuwe dimensie en speelde samen met een aantal klassieke orkesten waarbij vooral het Versus-project in het Parijse museum Centre Pompidou indruk maakte. Wat is dat trouwens met technomuzikanten en orkesten? Ook Jeff Mills en Mathew Herbert doken al eens de orkestbak in. “Ach, in veel techno zitten nu eenmaal strings. Synthetische weliswaar, maar daarom voelt het logisch om af en toe over te stappen naar echte violen. Bovendien, ik ben altijd op zoek geweest naar het menselijke element in mijn muziek.” Lees verder
Hij is de ragebol van het Border Community-label: Nathan Fake. Onvoorspelbaar ook. Nadat dj’s zijn singles Outhouse en The Sky Was Pink en grijsdraaiden, bracht hij doodleuk een album uit waarop het beter spacen dan dansen was. Om vorig jaar later met Hard Islands alsnog een stel technobommetjes te droppen.
Ergens in het hoofdkantoor van Border Community moet een groot schoolbord hangen met daarop de onderstreepte zin “Regel één: we voldoen niet uit het verwachtingspatroon!”. Zowel labelbaas James Holden als jongste bediende Nathan Fake (27) voldeden met hun debuutalbums aan die voorwaarde. Allebei lieten ze de dansvloer plotseling links liggen en verrasten een paar jaar terug met eigenwijze langspelers. Na het psychedelische en caleidoscopische Drowning In A Sea of Love (2006) zette Fake pas vorig jaar een aantal stompende technotracks op een rij, met het mini-album Hard Islands als resultaat.
Waarom eigenlijk een mini album? “Ik had wat nummers liggen die ik al een tijdje live speelde en die eigenlijk tijdens het toeren vaste vorm hadden gekregen”, vertelt de kleine Brit vanuit z’n woonplaats Londen. “Ik wilde er geen album mee vullen maar vond wel dat ze naar buiten moesten.” Heeft de verandering in stijl ook wat te maken met het feit dat Fake z’n geboortedorp Norfolk inmiddels verruilde voor de grote stad. “Niet echt. Ik gebruik nog steeds dezelfde instrumenten en hanteer dezelfde aanpak. Ik ben vooral om praktische redenen naar Londen verhuisd. Bovendien klonk de grote stad altijd al in mijn muziek door, toch?” Lees verder
De wat ons betreft grootste technoartiest allertijden, Fransman Laurent Garnier, staat vrijdag 23 oktober met zijn band in de nieuwe Rabozaal van de Melkweg. De avond is onderdeel van het jaarlijkse Amsterdam Dance Event, waarin de Melkweg een 5-daags programma presenteert.
Garnier maakt zich de laatste jaren steeds meer los van zijn ‘techno-imago’. Zijn nieuwe album ‘Tales of a Kleptomaniac’ staat symbool voor zijn diverse muzikale interesse: het bevat veel hiphop, jazz, funk en drum & bass invloeden.
Door: René Passet | NO COMMENTS